Visietekst

Taalwerking, enkele krachtlijnen

Algemeen

Taalwerking Wereld-Delen richt zich op hulpverlening aan kansarmen, in ’t bijzonder in projecten waar deze personen niet of weinig beroep kunnen doen op reguliere hulpverlening. De taalwerking is niet aanvullend bij het reguliere aanbod, maar is een kwalitatief aanbod, waar het reguliere aanbod tekort schiet. Indien een regulier of meer aangepast aanbod aanwezig is, zal onze werking daar naartoe leiden. Wereld-Delen levert geen erkende attesten af in het kader van inburgering, maar wie bij ons regelmatig taalactiviteiten volgt kan zijn vorderingen wel beloond zien wanneer me,n in het reguliere systeem aan de slag kan.

Concreet betekent dit bv. voor scholen, dat de scholen hun eigen reguliere mogelijkheden maximaal hebben ingezet voordat ze op hulp van vrijwilligers beroep doen. Als in deze tekst sprake is van “scholen” kan de inhoud gelijkaardig zijn voor andere aanvragers.

Taalwerking Wereld-Delen is voornamelijk een vrijwilligerswerking, soms in samenwerking met armoedeprojecten die door professionele collega’s worden begeleid.

Doelgroep

Naargelang het aantal beschikbare vrijwilligers en hun beschikbare uren richten wij ons in eerste instantie naar personen (minderjarigen en volwassenen) die geen of beperkt Nederlands kennen (nieuwkomers, asielzoekers…). In tweede instantie richten we ons tot kinderen uit gezinnen met een andere thuistaal.

Onze werking NT2 is niet gericht op kinderen met algemene lees – of leerproblemen. Hiervoor dienen ouders, scholen en organisaties zich te richten tot GON-leerkrachten, logopedisten, bijzondere leermeesters, remedial teachers en gespecialiseerde instellingen.

Bij een gebrek aan voldoende vrijwilligers geven we voorrang aan personen die recent (tot 3 jaar) in Vlaanderen verblijven en vanaf de leeftijd van 5 jaar. Indien er vraag is naar andere begeleidingsvormen van kinderen thuis of bij gezinnen, dan trachten we een geïntegreerde aanpak te ontwikkelen die steeds vertrekt vanuit taalondersteuning.

Taalactiviteiten

De taalactiviteiten kunnen de vorm aannemen van vrije conversatie tot gerichte lessen en tussenvormen, naargelang de wens van de aanvragers of/en de mogelijkheden van onze vrijwilligers. Wanneer mogelijk en nodig kan gebruik gemaakt worden van bestaande cursussen of werkmodules. In andere gevallen kan een vrijwilliger deze zelf uitwerken.

Huiswerkbegeleiding of bijles thuis, voorlezen aan huis en andere vormen van bij taal aanleunende activiteiten bij anderstalige gezinnen worden enkel opgenomen in de werking indien er tegelijk werk gemaakt wordt van begeleiding van ouders en van taalondersteuning bij kinderen in een goed gestructureerd en geïntegreerd taalproject. Daarvoor is een aparte aanvraag vereist en dient het project in overleg grondig worden voorbereid(doel, werkwijze, stappenplan, opvolging en evaluatiemethode).

Vrijwilligers

Onze vrijwilligers hebben een zeer diverse achtergrond. Sommigen hebben een pedagogische voor-/opleiding, anderen niet. Zij worden in eerste instantie gescreend op motivatie (voor dit vrijwilligerswerk) en achtergrond. In principe kan een vrijwilliger op wisselende locaties ingezet worden, maar tegelijk houden we rekening met hun verwachtingen en deze van de personen, scholen of instanties waarin of waarvoor zij actief zijn. Bij de intake wordt maximaal gezocht naar een geschikte opdracht voor iedere vrijwilliger.

We verwachten van de ontvangende personen, scholen en instanties dat zij met zorg de aan hen toegewezen vrijwilligers opvangen en rekening houden met hun mogelijkheden, talenten en verwachtingen.

Startende vrijwilligers hebben vaak een tijdlang ondersteuning nodig van de ontvangende instantie, steeds aansluitend bij de visie vermeld in deze beleidsnota. Voor beginnende vrijwilligers richt de vereniging een vorming voor starters in. Zij worden allen verwacht aan te sluiten bij de eerstvolgende mogelijkheid die hen daartoe geboden wordt.

Daarnaast organiseert de vereniging vormen van vorming, overleg en uitwisseling. Het is zeer aangewezen dat vrijwilligers hieraan met enige regelmaat deelnemen. Vrijwilligers kunnen mits akkoord van hun contactpersoon ook deelnemen aan externe vorming die bij hun taalopdracht aansluit.

Inhoudelijk en didactisch

Door hun exclusief bezig zijn met activiteiten NT2 ontwikkelen de taalvrijwilligers typische inzichten en vaardigheden. We stellen vast dat deze vaardigheden toenemen naargelang de ervaring en het aanbod aan vorming en uitwisseling waarvan zij in onze werking en dankzij hun eigen exploratiewerk mogen genieten.

We verwachten dan ook van onze vrijwilligers dat zij deelnemen aan samenkomsten van uitwisseling en vorming die al dan niet binnen de eigen werking worden ingericht.

Op basis van deze groeiende bekwaamheden mogen onze vrijwilligers respect en waardering ontvangen voor hun activiteiten.

Basishouding en werkwijze

In onze taalwerking gaan vrijwilligers in eerste instantie focussen op de noden en vraagstelling van de cursisten die hen worden toegewezen. Belangrijk is dat cursisten zich bij hen thuis voelen in functie van een veilige werkrelatie en dat ze zich ook in hun cultuur en reguliere gebruiken aanvaard voelen.

De omgeving van deze taalactiviteiten weerspiegelt best ook het respect dat aan de taalactiviteiten wordt geboden. Dat betekent een erkenning van de inspanningen van de cursisten (en vrijwilligers) binnen het ruimere kader waarin zij werken. In zo’n omgeving (bv. een school) kan deze waardering gevoeld worden door een goede informatie over gangbare gebruiken, vrije dagen, deelname aan koffiepauzes en vooral het toegewezen krijgen van een eigen plekje. Het is zeker ook te overwegen dat een taalvrijwilliger in bepaalde omstandigheden kan deelnemen aan overlegmomenten in verband met de taalproblematiek, zoals multidisciplinaire teams op scholen.

De aanvrager zal cursisten op regelmatige wijze aangesporen en motiveren om aan de taalactiviteiten deel te nemen. Uiteraard zal de vrijwilliger deze motivatie eveneens trachten wakker te maken.

De koppeling van de taalwerking aan een uitdaging, aan werk gerelateerde thema’s of interesses kunnen zeer bevorderlijk zijn voor het zelfvertrouwen van cursisten. Wij gaan uit van de vorderingen van betrokken cursisten, wat impliceert dat de vrijwilliger op zoek gaat naar de beste uitgangspositie om leerhiaten op te sporen en om daar rond te werken. De vrijwilliger in scholen zal dus niet vanzelfsprekend aansluiten bij de lessen die klassikaal gegeven worden maar werkt aan een eigen traject waarbij de anderstalige cursist kansen krijgt om te ontplooien op die taalgebieden die moeilijk zijn voor hem/haar. Het wordt bijgevolg een ervaringsgerichte aanpak, zeer vaak vertrekkend vanuit waarnemingen, vaststellingen ter plaatse, geluiden en voorwerpen, actief bezig zijn, spel, ontmoetingen (bij kinderen en jongeren), tot interessegebieden en uitdagingen bij jongeren en volwassenen, enz. Geleidelijk aan kan dit evolueren naar een meer systematisch lesaanbod en bijhorende leerhouding. Het spreekt vanzelf dat de vrijwilliger ook vanuit eigen interesse kan vertrekken, doch steeds binnen een doelgericht werken en overleg, bv. met leerkrachten in een school, multidisciplinaire teams e.a.

Projectmatig werken is zinvol voor groepen, uitgevoerd volgens een bepaald doel, tijdsbestek en duidelijk bepaalde tussenstappen. Wij geloven in de kracht van groepswerk in controleerbare groepsgrootte omdat daarin verschillende vormen van taalvaardigheid aangesproken worden en waar groepsleden mits een goede sfeer elkaar positief kunnen uitdagen. Wanneer het verschil in taalontwikkeling groot is, of als er gezags- of didactische redenen zijn om individueel of met slechts enkele cursisten te werken dan kan ook hiervoor gekozen worden.

In de mate van het mogelijke houden vrijwilligers bij welke initiatieven zij hebben genomen , en maken zij ook notities over vorderingen. Zij kunnen gebruik maken van testmateriaal zodat zij vorderingen ook op die manier kunnen opvolgen. Dergelijke concrete gegevens zijn nuttig binnen het kader van overleg en vorming, maar kunnen ook een spiegel bieden aan de cursisten.

Gezinsbewust

Begeleiding van kinderen gebeurt steeds gezinsbewust. Daartoe worden ook kansen benut die een goed contact met ouders kunnen bieden. In geïntegreerde projecten zal op positieve wijze en vanuit de leefsituatie van ouders en kinderen naar de meest beklijvende werkwijze worden gezocht.

Materialen

Bij een werking in scholen gaan we ervan uit dat veel materiaal dat op school aanwezig is ook door de vrijwilligers kan gebruikt worden en dat de kost van kopijen en dergelijke door de school gedragen wordt. Onze organisatie kan voor specifiek materiaal zorgen, zoals aangepaste cursusmappen en beschikt over een eigen materialenbank, inclusief geluidstoestellen. Vrijwilligers kunnen ook gebruik materiaal uit de provinciale materialenbank Antwerpen, met vestigingen in Turnhout en DocAtlas in Antwerpen.

Praktisch

Vrijwilligers maken in overleg met de vereniging en de aanvragers afspraken rond beschikbare uren en dagen. Zij houden hun contactpersoon en het secretariaat van Wereld-Delen via mail op de hoogte van de dag- en uurregelingen, het (gemiddeld) aantal deelnemers (of zij nemen nota van aanwezigheden op naam indien gevraagd), hun afwezigheden, wijzigingen, begin en start van hun begeleiding.

Contactpersonen introduceren hen op een nieuwe werkplek, zijn door hen aanspreekbaar, maken afspraken met aanvragers bij de opstart (eventueel jaarlijks), brengen nadien tenminste twee bezoeken per jaar aan vrijwilligers, aanvragers of schooldirecties om persoonlijke, pedagogische, praktisch vragen te toetsen voor een optimaal functioneren en brengen hiervan ook verslag uit binnen de vereniging.

Onze vereniging sloot voor de vrijwilligers een algemene vrijwilligersverzekering af, een ongevallenverzekering, een schoolverzekering (waarbij zij en de cursisten verzekerd zijn bv. als de vrijwilliger eigen ‘externe’ initiatieven neemt – steeds mits overleg -) en blokverzekering bijzondere activiteiten.

De aanvragers (mogelijke uitzondering: individuele aanvragende cursisten die onbemiddeld zijn) vergoeden aan onze vereniging de werkelijke kosten van de taalwerking (in al haar vormen). Daarbij worden kosten voor de organisatie, gezamenlijke vorming, verzekering (vrijwilligers en school), administratie en kosten voor de begeleiding van alle vrijwilligers… gedeeld naargelang het aantal vrijwilligersdagen per vrijwilliger en per aanvrager, resp. het aantal cursisten binnen onze werking. Specifieke cursusmaterialen die door de vereniging worden voorzien en eventuele kosten specifiek voor een bepaalde aanvrager aangegaan, worden aan de betrokken aanvragers, resp. scholen aangerekend. Voor vervoerskosten van de taalcoaches of vrijwilligers wordt per gemeente een gemiddelde vervoerkost berekend van alle taalvrijwilligers actief in die gemeente.

Derde betalersregeling. Aanvragers kunnen vaak genieten van een derdebetalersregeling (door een overheid of andere instantie via subsidie of andere vergoedingsvorm). De aanvragers zorgen zelf voor de afspraken in deze. Vervolgens volgt onze vereniging de afspraken met deze externe partner.

Individuele aanvragen zijn zelfbetalers. Zij vallen de facto buiten elke derdebetalersregeling tenzij de derde betaler zelf als aanvrager optreedt.

Tot slot

Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Dat geldt zowel voor cursisten als voor vrijwilligers. Dit is onze basis, ons uitgangspunt. Deze krachtlijnen trachten daarbij een leidraad, een beleidslijn aan te bieden. De ze leidraad blijft voortdurend ter discussie en kan aangepast worden rekening houdend met de bevindingen die doorheen de werking worden gedaan.

Gewijzigd 29 juni 2015